Picasso

Nieuwe zienswijzen



De droom (1932)

Een meesterwerk uitgelicht


Zittende vrouw - 1937

(Marie-Thérèse Walter)

In januari 1937 maakte Picasso een reeks portretten van zijn jonge minnares Marie-Therese. Al tien jaar eerder waren de twee elkaars geliefden geworden en de verhouding bracht nieuwe vreugde en rust in Picasso's leven. Op dit glimlachende portret zijn de harmonieuze vormen van Marie-Therese doelbewust vervormd, om verschillende gezichtspunten in één beeld te krijgen. Het is niet gezegd dat Picasso met deze opzet was begonnen. Hij heeft zich geconcentreerd op de meest in het oog springende kenmerken van Marie-Therese - haar dromerige blik, ontspannen handen, ronde vormen en haar bedrukte jurk en hoed: maar al schilderend veranderde Picasso haar gaandeweg, gefascineerd door de welvende rondingen van zijn model. In wezen is Picasso's emotionele reactie op Marie-Therese's eigenschappen - haar kalme, peinzende aard en weelderige zinnelijkheid - echter een mooi echt portret voortgekomen, dat niet onderdoet voor de traditionele werken, die gebaseerd zijn op gelijkenis.



ZIJN HANDELSMERK

- Vervormingen -

Vaak vervormde Picasso zijn onderwerpen tot groteske figuren en liet hij zijn oorspronkelijke idee net zo de vrije loop als zijn gedachten. Ooit merkte hij op: 'Ik schilder wat ik ken, niet wat ik zie' - en als men weet dat een gezicht twee ogen heeft, kan het ergens tegennatuurlijk lijken om het één af te beelden. Picasso realiseerde zich dat zijn vervormingen vaak revolutionair waren, maar, legde hij uit, 'wat voor emotie me ook tot een creatie drijft, ik wil er een vorm aan geven die is terug te vinden in de zichtbare wereld, al is het alleen maar om oorlog te voeren tegen die wereld.'


Geboortehuis Pablo Picasso