Picasso

Nieuwe zienswijzen



'Kunst is niet het toepassen van schoonheidsregels, maar wat gevoel en verstand uitdrukken, los van elke regel. Als we van een vrouw houden, gaan we niet haar ledematen meten. We hebben lief met onze verlangens...'



Emotionele betrokkenheid

Picasso had altijd moeite zijn emotionele reactie op de werkelijkheid te uiten, of die werkelijkheid nu het menselijk lijden betrof, de vrouwen in zijn leven of de gewone zaken die hem omringden - zijn pet, pijp en tabak, bril, de boeken, maskers, tapijten en allerlei vergaarde spulletjes - in zijn atelier. Het ging om zijn persoonlijke reactie op deze dingen. 'Ik vind het walgelijk', zei hij, 'als een vrouw een pijp schildert, want ze rookt hem niet.' Hij wilde dat zijn schilderijen 'emotie uitdroegen'.

'Realiteit' in de kunst betekende voor Picasso niet per se een letterlijke weergave van wat hij om zich heen zag. Hij wilde het wezen van een onderwerp uitdrukken en als dat inhield 'abstract maken' of de overbodige elementen weglaten, of het onderwerp veranderen, dan deed hij dat. Hij dacht nooit in termen van abstracte en concrete vormen, er gold alleen wat deze vormen voor hem betekenden.

Soms schilderde Picasso meer naturalistisch, zoals bijvoorbeeld in de blauwe en roze perioden; andere keren veel minder naturalistisch - zijn kubistische schilderijen zijn hier een voorbeeld van. Hij vond alle stijlen even sterk, maar was nooit een voorstander van de academische kunstprincipes en hij brak algauw met de academische traditionele opleiding uit zijn jeugd: 'Kunst is niet het toepassen van schoonheidsregels, maar wat gevoel en verstand uitdrukken, los van elke regel. Als we van een vrouw houden, gaan we niet haar ledematen meten. We hebben lief met onze verlangens...'

Het enige commentaar op kunst dat Picasso ooit zelf schreef (gekant tegen de opinies uit interviews en van vrienden) was 'Het schilderen is sterker dan ik. Het onderwerpt me aan zijn wil.' Dit illustreert duidelijk zijn visie. Schilderen was volgens Picasso het spuien van ideeën en gevoelens en het creatieve proces zelf was waar het om ging. Als hij schilderde, kon het gebeuren dat een bos bloemen verscheidene veranderingen onderging en een vis werd, vervolgens een haan, om te eindigen als het hoofd van een faun. Picasso werkte vaak met dit soort verschillende stadia, op zoek naar een spontaan, impulsief idee, zonder het effect van zijn werk te bederven.

Picasso werkte zowel met als zonder model. Na 80 sessies met Gertrude Stein bijvoorbeeld, was hij nog altijd niet tevreden over haar 'naturalistische' portret. Hij poetste het hoofd uit met terpentijnolie, keek tijden niet naar het doek om en voltooide het uiteindelijk in een keer, zonder zijn model. Voor zijn meest 'abstracte', kubistische portretten, werkte hij echter vaak met modellen.

Met of zonder model, Picasso verloor de realiteit nooit uit het oog, hoewel de surrealisten hem hun voorbeeld noemden en hij vanwege zijn kubisme werd gezien als de voorvader van de abstracte schilders. Zelfs wanneer hij een onderwerp in geometrische, kubistische vormen opdeelde en de schilderkunst zo losmaakte van de traditie om natuurlijke vormen te imiteren, had Picasso altijd een onderwerp: een persoon, een landschap, of een stilleven. 'Een paar penseelstreken zonder betekenis zullen nooit een schilderij worden', zei hij ooit 'Mijn verfstreken staan altijd voor iets - een stier, een arena, de zee, de bergen, de menigte... om tot abstractie te komen moet men altijd uitgaan van de concrete werkelijkheid... Kunst is een taal van symbolen. Twee gaten symboliseren een gezicht genoeg om het beeld op te roepen, zonder het weer te geven. Maar is het niet vreemd dat dit zo simpel gedaan kan worden?'

Ook voerde Picasso verregaande vernieuwingen door op het gebied van de beeldhouwkunst. In 1912 schiep hij Gitaar, het eerste beeld dat niet was ontstaan uit beeldhouwen of modelleren, maar uit samenvoeging van verschillende objecten en materialen op een revolutionaire nieuwe wijze. Het was in deze periode dat hij nieuwe kubistische schildervormen ontdekte en collages maakte met verschillende vormen van allerlei materialen die hij op het doek bevestigde - de eerste schilderijen zonder olieverf. Verder creëerde hij driedimensionale assemblages op doek, die noch schilderijen, noch beelden waren.

Aan het eind van de jaren '20 begon Picasso met het maken van open draadconstructies, die eruit zagen als 'tekeningen in de ruimte.' Altijd uit op nieuwe technieken, nodigde hij zijn vriend Julio Gonzalez uit op Boisgeloup en leerde van hem hoe metaalconstructies worden gemaakt. Deze nieuwe 'beelden' hadden geen middelpunt en geen massa, maar hoewel de abstracte kwaliteiten van de vorm erg belangrijk waren, had Picasso nooit belangstelling getoond voor de zuiver abstracte beeldhouwkunst. Vaak keerde hij terug naar het ontwerpen van meer traditionele beelden van het menselijk gelaat en lichaam, als hij het idee kreeg dat hij te ver afdwaalde.


Guitaar (1912)